Een gebouw, maar het bleven drie scholen

door Christiaan Pelgrim

Het orgel was heilig voor medewerkers van de Edese hogeschool Felua. Toen hun Pabo in 1996 introk bij De Vijverberg, in hun gloednieuwe gebouw aan de Oude Kerkweg, moest het per se mee. Bij De Vijverberg vonden ze dat wel vermakelijk. “Daar werden wel grappen over gemaakt”, zegt Anne van de Pol, die al sinds 1991 les geeft bij sociale studies. Het orgel staat tot op de dag van vandaag in ‘het Rondeel’, de aula, als relikwie uit het Felua-tijdperk.

Bestuurlijke samenvoeging

Eigenlijk waren de twee hogescholen toen al twee jaar samen, sinds 1994. Een jaar later aangevuld met de Evangelische School voor Journalistiek (ESJ). Maar deze bestuurlijke samenvoeging ging voor studenten en de meeste medewerkers vrij geruisloos. “Ik kan me er niet veel van herinneren”, zegt oud-student Alette van de Lagemaat. “Blijkbaar heeft het geen indruk gemaakt.”

In één klap in een grootschalige school

De fusie werd pas echt zichtbaar bij de gezamenlijke huisvesting, begin 1997. Toen kwamen de medewerkers en studenten in één klap terecht in een grootschalige school. Tenminste, vergeleken met de gebouwen waarin ze tot die tijd in zaten. Oud-pabostudent Maarten van der Kooij herinnert zich nog het oude Feluapand aan de Prins Bernhardlaan.

Fris en nieuw, maar ook kaal en wit

“Een leuke warme school.” Kleinschalig, knus. “Met in de aula een schuifpui naar buiten, naar een ligweide.” Toen hij voor het eerst het nieuwe gebouw inliep, zag hij het tegenovergestelde. Het was wel ‘fris en nieuw’, maar ook ‘kaal en wit’. En groot: Van der Kooij merkte opeens dat hij de meeste studenten in de gangen niet herkende. Dat was op de Felua wel anders. “Je kende je medestudenten, zeker de jongens waar er niet veel van waren.” En die studenten van verschillende opleidingen leerden elkaar over het algemeen ook niet kennen. Dat was op de Vijverberg al zo, waar MWD-student Harm Rebel amper contact had met de daar rondlopende Personeel & Arbeid-studenten.

Alleen de studentenverening en feestjes waren plekken waar studenten nog wel eens konden mengen

“Dat was een heel andere cultuur. Ik herinner me dat de jongens er in pakken bijliepen. Dat was strakker, zakelijker. Dat gaf een verschil, dat voelde je.” Alleen de studentenverening en feestjes waren plekken waar studenten nog wel eens konden mengen. Zo bleven De Vijverberg, Felua en de ESJ eigenlijk drie verschillende scholen, maar dan in één gebouw.

Eigen stijl

Er was dan wel één management voor de school, maar ook medewerkers hadden weinig contact met hun collega’s van andere opleidingen. “Daar werd niet veel aandacht aan besteed”, zegt docent Van de Pol. En zo is het eigenlijk altijd gebleven, merkt hij. Er zijn simpelweg verschillende opleidingen. “Bloedsoorten”, noemt hij het. “Tussen hen is geen rivaliteit, maar docenten en studenten hebben wel heel duidelijk hun eigen stijl. En bij elkaar is dat dan de CHE.”

Meer samenwerken

In de eerste jaren was er wel een gemeenschappelijke medewerkerskamer. “Een heel informele plek”, volgens Jan-Carel Vierbergen, die in 1994 bij de ESJ begon als ict-medewerker, en tegenwoordig ook les geeft. In die kamer hoorde je van collega’s waar ze bij de andere opleidingen mee bezig waren. Daarnaast was het gewoon gezellig. Vierbergen: “Je werd er buiten je eigen cultuur getild.” Maar de medewerkerskamer werd weer afgeschaft. En een paar jaar geleden kregen de opleidingen, verenigd in zes ‘academies’, ook elk een eigen bestuur met meer bevoegdheden, zoals de faculteiten van een universiteit.

Verbredingsminoren

Vierbergen heeft de indruk dat de “verschotting” de laatste jaren weer is toegenomen. Een klein lichtpuntje zijn voor Vierbergen zijn de ‘verbredingsminoren’. Elke academie biedt een aantal vakken aan waar alle CHE-studenten zich op kunnen inschrijven, ook die van andere academies. En elke CHE’er moet twee van deze vakken volgen. Maar Vierbergen wil graag meer samenwerking. “Dit is een te dunne basis.” Van de Pol is erg enthousiast over de verbredingsminoren, die ervoor zorgen dat je meer contact hebt met andere opleidingen. “Dat is heel leuk. Er valt meer bij elkaar te halen dan hoe we het nu doen.”